|
Westelijk van het Nederlandse dorpje Borssele, langs de oever van de Westerschelde, ligt een stuk strand dat bekend staat onder de naam de Kaloot.
Van alle Zeeuwse stranden is het beslist niet een der fraaiste, zowel vanwege de nabijheid van allerlei industriële activiteiten als wegens de kwaliteit van het zwemwater in dit deel van de Westerschelde. Die staat stevig onder druk door afvalwaterlozingen uit het Nederlandse en Antwerpse, waartoe we ook beide kerncentrales (Borssele en Doel) mogen rekenen.
Al met al dus niet direct een echte toeristische trekpleister!
En toch kunt u op dit strand, dat in het oosten wordt begrensd door de uitmonding van de koelwaterinstallatie van de Borsselse kerncentrale en in het westen door de ingang van de Sloehaven, regelmatig mensen vinden. Geen gewone badgasten, maar fossielenverzamelaars.
Dit stukje strand is bij verzamelaars namelijk bekend vanwege het materiaal dat hier aanspoelt.
Het betreft schelpen (bivalven, gastropoden en brachinpoden) uit voornamelijk het Plioceen, afkomstig van de Westerschelde-bodem.
De rivier doorsnijdt hier lagen uit het Pleistoceen en bereikt, met een maximale diepte van 40 meter, het bovenste Plioceen, te weten de formatie van Merksem en de zanden van Oorderen en Kattendijk. Op sommige plaatsen wordt het Mioceen en zelfs het Oligoceen bereikt.
In de diepe geulen wordt het sediment weggeërodeerd; de ebstroom brengt het in dit sediment aanwezige schelpmateriaal in de stroomgeul van de Schelde, waarna het opkomend tij een groot gedeelte ervan op de kust afzet.
Het schelpmateriaal dat hier op het strand gevonden wordt, verschilt dus nogal van wat op normale stranden gebruikelijk is. Niet zozeer wat de vorm betreft; veel van de fossiele schelpen zijn op het eerste gezicht nauwelijks van recente te onderscheiden.
Nu is het natuurlijk niet zo, dat die laatste hier niet aanspoelen! Dat zou de verzamelaar wat wantrouwig kunnen maken jegens de hier mogelijke strandvondsten. Ten onrechte, want het onderscheid tussen recent en fossiel is vrij gemakkelijk te maken.
Schelpen bestaan voor een groot gedeelte uit enigszins doorschijnend aragoniet, dat tijdens het fossilisatieproces wordt omgezet in calciet, dat geen licht doorlaat. Ergo: wanneer u een hier gevonden schelp tegen het licht houdt, is de conclusie snel getrokken.
Een uitzondering op deze regel vormen de kleppen van diverse pecten-soorten en oesterachtigen. Hier dient u de bestaande literatuur te raadplegen en voorlopig af te gaan op uw «gut feeling» (intuïtie). De kleur van de schelpen zal u daarbij niet veel wijzer maken: die is bepaald door het sediment waarin de schelpen zich bevonden. Pikzwarte (van oorsprong witte!) exemplaren zijn niet per definitie fossiel; ze zijn wellicht slechts enkele honderden jaren in klei bewaard gebleven. Wat wèl enigszins als aanduiding kan dienen, is de totale afwezigheid van het oorspronkelijk kleurpatroon.
Behalve schelpen zijn aan de Kaloot nog andere Pliocene/Miocene vondsten mogelijk. Naast haaientanden, die hier overigens wat zeldzamer zijn dan op het strand van westelijk Zeeuws-Vlaanderen, geeft de Schelde soms zoogdiermateriaal prijs van eenzelfde ouderdom. Botten, geweifragmenten en recentelijk nog een fraaie kies van de wolharige neushoorn.
Alle vondsten dienen te worden ontzilt!
Omdat ze afkomstig zijn uit zout water, bevatten ze een behoorlijke hoeveelheid zout, dat bij droging kristalliseert. Als het daarbij zou blijven, was de ramp nog te overzien. Zout heeft echter een vochtaantrekkende werking : wanneer de luchtvochtigheid toeneemt, zullen de zoutkristallen weer oplossen om later, in een droge periode, opnieuw een kristalvorm aan te nemen. Zolang het fossiel zout bevat, zal dit proces zich blijven herhalen, waarbij vooral de steeds herhaalde vorming van zoutkristallen het fossiel langzaam maar zeker uit elkaar zal drukken.
Voor schelpen geldt: tenminste 48 uur in schoon water, dat enige malen wordt ververst. Botresten dienen, afhankelijk van hun grootte, tot zo'n drie maanden eenzelfde behandeling te ondergaan. Daarna goed laten drogen en eventueel conserveren met een velpon-aceton-oplossing. | |
Clycymeris obovata
Trivia sp.
Neptunea contraria
Scaphella lamberti
|