|
Vrijwel iedere fossielenverzamelaar zal trachten zijn of haar collectie uit te breiden met zelf gevonden exemplaren. Maar slechts zelden vinden we die zo fraai in de natuur, dat ze zonder enige bewerking kunnen verhuizen van het veld naar onze vitrines. En ook na zorgvuldig reinigen met water blijken de fossielen vaak nog deels verborgen onder een laagje steen dat we zullen moeten verwijderen. Voor het grove werk voldoen kleine beitels. Voor het fijnere werk nemen wij onze toevlucht tot allerlei mesjes, waarmee we de laatste restanten moedergesteente van het fossiel afschrapen. Maar altijd weer resteren er plekjes, die zelfs met de kleinste mesjes niet te bereiken zijn. Een fijne naald kan dan uitkomst bieden!
Nu is de zeer dunne punt van een gewone naald in feite niet geschikt om er materiaal mee te verwijderen. Beter is er een schuine zijde aan te slijpen, waardoor er een kleine 'schraap'-rand ontstaat.

Voor het slijpen wordt de naald in een hobbymes-houder gevat, waardoor ze goed kan worden gehanteerd.
Zelf gebruik ik naalden van verschillende diameter: z.g. bagetnaalden van 1 mm en stalen spelden van 0,5 mm, waarvan de kop is afgeknipt. Bagetnaalden zijn stalen breeknaalden, die worden gebruikt bij houtfineerwerk. Ze zijn erg hard en breken zeer gemakkelijk als er te hard op gedrukt wordt. Vooral bij het slijpen kan dat wel eens een probleem zijn. Voor mensen met een hoogpolig tapijt is het zinvol te weten dat het afgebroken stuk meestal meters ver wegspringt. Dus: niet slijpen in de kamer òf nooit meer op je blote voeten over het tapijt lopen...
Door tijdens het prepareren de houder tussen de vingers te verdraaien, kan de breedte van het schraapvlak worden gewijzigd. |