Geologic Time Scale
Het “Geologic Time Scale”-project, onder de auspicien van de International Commission on Stratigraphy (ICS), dochterorganisatie van de International Union of Geological Sciences (IUGS), presenteerde in 2005 de “Geologic Time Scale 2004”.
Doel was te komen tot een internationaal erkend schema waarin namen, datering en kleurcodes wereldwijd vastgelegd zijn.
In de tabel “International Stratigraphic Chart” worden deze internationale namen, datering en kleurcodes weergegeven.
Deze tabel, in PDF-formaat, is te downloaden van de website van de International Commission on Stratigraphy, onder hoofding "Time Scale Chart".
Golden spikes
De grensvlakkken tussen de tijdperken van het Fanerozoïcum worden vastgelegd met internationaal overeeengekomen Global Standard Stratotype Section and Points.
De eerste zulke stratigrafische grens werd vastgelegd in 1972, als basis voor de Devoon periode. Met een bronzen plaat, de zogenoemde golden spike, in bed 20 van de Klonk sectie van het Barrandian, een bekend stratigrafisch systeem tussen Pilzen en Praag, werd de Siluur-Devoon-grens vastgelegd, onmiddellijk onder de eerste verschijning van de graptolietsoort Monograptus uniformis.
De ouderdom van deze GSSPs zijn bij goede benadering bekend en kunnen in de toekomst eventueel nog worden bijgesteld, maar de stratigrafische plaats van het grensvlak ligt definitief vast.
Eon
De geologische tijd, vanaf het onstaan van de aarde ongeveer 4600 Ma tot nu, is ingedeeld in drie eons: (Ma= miljoen jaar (geleden))
- het Archaïcum (oudste) (2500-4600 Ma), stromatolieten werden gevormd;
- het Protozoïcum (eerste leven) (542-2500 Ma), de Ediacaran fauna is van deze periode;
- het Fanerozoïcum (zichtbaar leven) (nu tot 542 Ma).
Vroeger (1982) liep de tijdsindeling van het Fanerozoïcum tot 590 Ma.
Het Archaïcum en het Protozoïcum worden informeel ook het Precambrium genoemd
De vroeger gebruikte tijdsperiode Hadeïcum (3800-4600 Ma) werd opgenomen in het Eoarchean, het oudste era van het Archaïcum.
De eons zijn onderverdeeld in eras.
Era
Het Fanerozoïcum heeft drie eras:
- het Paleozoïcum (oud leven) (251-542 Ma), het tijdperk van de trilobieten;
- het Mesozoïcum (midden leven) (65-251 Ma), het tijdperk van de dinosauriërs;
- het Cenozoïcum (nieuw leven) (nu tot 65 Ma), het tijdperk van de zoogdieren.
Het Secundair is een verouderde naam voor het Mesozoïcum.
De eras zijn onderverdeeld in periodes.
Periode (systeem)
Periodes van het Paleozoïcum van oud naar jong:
- het Cambrium met het verschijnen van meercelligen met kalkachtige verhardingen.
In België is het Cambrium de oudst bekende formatie die dagzoomt (in de massieven van Rocroi, Givonne, Serpont, Stavelot en Brabant);
- het Ordovicium met de reuze ongewervelde dieren, de eerste vissen;
- het Siluur met de kaakvissen, schorpioenen, eerste landplanten;
- het Devoon met de eerste amfibieën;
- het Carboon met de eerste reptielen, steenkoolvorming uit mangrove vegetatie in de rivierdelta’s.
Het Carboon is onderverdeeld in de subperioden Mississipiaan en Pennsylvaniaan, het grensvlak (318 Ma) van deze perioden komt niet overeen met het grensvlak van de “Europese” subperioden Silesiaan en Dinantiaan (326 Ma);
- het Perm met de voorlopers van de zoogdieren.
Tijdens de Perm-Trias-massa-uitsterving, op het einde van het Perm, stierven 95% van alle in zee levende soorten uit. Het grensvlak van “Europese” subperioden Rotliegend en Zechstein ligt op het Roadiaan-Kunguriaan grensvlak.
Periodes van het Mesozoïcum van oud naar jong:
- het Trias met de eerste dinosauriërs, zoogdieren en vogels.
De grensvlakken van de “Europese” subperioden Keuper, Muschelkalk en Buntsandstein stemmen overeen met de Internationale tijdvakken van het Trias;
- het Jura met de reuze reptielen en dinosauriërs.
De grensvlakken van de “Europese” subperioden Malm, Dogger en Lias stemmen overeen met de Internationale tijdvakken van het Jura. In Belgiï dagzoomt het Jura aan de oostrand van het Bekken van Parijs;
- het Krijt met de eerste boeiende planten.
Tijdens de KT-overgang (Krijt-Tertiair) sterven de dinosauriërs, de ammonieten en 50% van alle andere soorten uit.
Periodes van het Cenozoïcum van oud naar jong:
- het Paleogeen (23 tot 65 Ma), met de vorming van de grote bergketens;
- het Neogeen (nu tot 23 Ma), met de vorming van de Alpen en de Himalya’s.
Tijdvak (epoch)
De periodes zijn op hun beurt onderverdeeld in tijdvakken.
Verdere onderverdeling in strata gebeurt op regionale basis.
Hoe verder?
De International Commission on Stratigraphy verwacht tegen 2008 alle 101 grensvlakken van het Fanerozoïcum en het Ediacaran te hebben vastgelegd en voor alle nog niet gedefinieerde tijdvakken een zinnige definitie te hebben bepaald.
De indeling van het Cenozoïcum in de sub-era's Tertiair en Quartair (ook Kwartair genaamd) is officieel verouderd, maar de quartairgeologen ijveren om het Quartair op een of andere manier in de tabel te behouden.
Het probleem bestaat erin dat het quartair dan het Holoceen, het Pleistoceen en een deel van het Plioceen, namelijk het Gelasiaan, zou omvatten; wat ingaat tegen het vooropgestelde principe van de hiërarchische onderverdeling.
Doel van het “Geologic Time Scale”-project is te komen tot een internationaal erkend schema waarin namen, datering en kleurcodes wereldwijd vastgelegd zijn. De oude benamingen zullen nog lang gangbaar blijven, maar in nieuwe publicaties is het de bedoeling dat de nieuwe internationale standaard gebruikt wordt, al dan niet met vermelding van de oude en lokale benamingen.
Literatuur | | |