|
Vaklui hebben wel eens de neiging met een zeker misprijzen neer te kijken op amateurs. Dergelijke houding kan ook sommige beoefenaars van de natuurwetenschappen, onder wie geologen en paleontologen, worden aangewreven. De meeste amateur-geologen zijn immers maar verzamelaars van mineralen, fossielen en stenen: een activiteit waarop de hedendaagse professionals minachtend neerkijken. Bovendien komt in een samenleving die in toenemende mate milieubewust wordt, het verzamelen van natuurwetenschappelijke objecten in een kwaad daglicht te staan. De gemeenschap van amateurs wordt wel eens aangewreven dat zij waardevolle lokaliteiten plunderen, dat zij de commercialisering van natuurwetenschappelijke objecten in de hand werkt en op die manier de vooruitgang van de wetenschap in de weg staat. Nochtans zijn vele amateurs zich terdege bewust van de problematiek en voelen zij deze verwijten aan als onterecht.
In elke samenleving zijn bepaalde, welomschreven regels van kracht. Dat geldt evenzeer voor groepen personen die een zelfde beroepsactiviteit uitoefenen, of die een zelfde sport beoefenen, of die zich onderling verbonden voelen door een gemeenschappelijk interessegebied. Ook onder amateursgeologen en verzamelaars van geo-objecten gelden dergelijke richtlijnen. Helaas is onder alle koren ook kaf en worden deze regels door een klein aantal minder scrupuleuze personen wel eens met de voeten getreden. Ofschoon dat soort wangedrag terecht door de overgrote meerderheid van de amateurs afgekeurd wordt, dreigen de verwerpelijke praktijken van een paar enkelingen toch een hele gemeenschap van amateursgeologen in diskrediet te brengen.
Door het ontbreken van objectieve criteria en doordachte, geschreven spelregels, was het erg moeilijk om door alle leden van een groep een deontologie te doen aanvaarden en naleven. De nood aan een duidelijk geformuleerde gedragscode voor amateur-geologen liet zich dan ook voelen.
Organisaties zoals de Association of Teachers of Geology (STUBBS, 1973) en de Geologists' Association, in het Verenigd Koninkrijk, en de Féderation Européenne des Sociétés Minéralogiques et Paléontologiques (in feite een overwegend Italiaanse organisatie), behoorden tot de eerste om concrete stappen in die richting te doen. De code van deze laatste organisatie werd in 1982 vertaald in het Nederlands en geadopteerd door de Belgische Vereniging voor Paleontologie vzw, een belangrijke groepering van amateur-paleontologen in België. Andere Belgische verenigingen voegden vrij snel dit voorbeeld en aanvaardden op hun beurt eigen gedragscodes: Association des Micromonteurs de Minéraux de Montigny-le-Tilleul (4M), Mineral Club Dison, en andere
Eenheid en duidelijkheid waren op die manier echter vlug zoek, zodat de noodzaak van een gemeenschappelijke en voor iedereen aanvaardbare tekst zich meer en meer opdrong. Sinds oktober 1990 werd daaraan tegemoetgekomen door een overlegorgaan, waarin een groot aantal Belgische verenigingen van amateur-geologen zetelen, en die sinds 1996 het statuut van vereniging zonder winstoogmerk heeft aangenomen onder de benaming
Raad voor Aardwetenschappen vzw. Tijdens periodieke samenkomsten van deze Raad kwam uiteindelijk een tekst tot stand, die door de deelnemende verenigingen onderschreven werd.
Door zo'n gedragscode uit vrije wil te aanvaarden, pogen amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten, vertegenwoordigd door hun verenigingen, dan ook te bewijzen dat zij bonafide zijn en een belangrijke rol moeten en kunnen spelen bij een verantwoord beheer van ons geologisch patrimonium. De code moet het immers mogelijk maken dat de gemeenschap amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten zelf kan optreden tegen leden die op ontoelaatbare wijze haar deontologie met voeten treden.
Tenslotte zal deze code een betere verstandhouding in de hand werken tussen amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten enerzijds en de overige belangengroepen, waaronder beroepsgeologen, handelaren en de overheid, anderzijds.
Literatuur:
- Deze tekst en de commentaar bij de verschillende artikelen van de erecode, verschenen oorspronkelijk in het Natuurwetenschappelijk Tijdschrift (Gent) Vol. 76 (1997) p. 23-33
| |
Beschikbaar in pdf-formaat als gratis download. |