Al te vaak worden waardevolle geo-sites beschadigd door het onoordeelkundig gebruik van te zware of onaangepaste werktuigen.
Zowel de professionele geoloog als de amateur en verzamelaar bedienen zich traditioneel van enkele lichte handwerktuigen: hamer, spitse en platte beitel, spatel, mes, lichte koevoet en dergelijke.
Het gebruik van handwerktuigen, zwaarder dan 5 kg, kan slechts gebeuren met de nodige omzichtigheid en alleen dan als strikt noodzakelijk.
Het individuele gebruik van mechanisch of pneumatisch aangedreven toestellen, zoals pneumatische hamers, boren, zaagmachines, mechanische graafmachines, enz. moet worden vermeden.
Een vergunning van de bevoegde overheid (gemeentebestuur, mijnwezen, wetenschappelijke instellingen,...) is in die gevallen trouwens bijna steeds noodzakelijk.
Het gebruik van springstof is altijd en overal uit den boze.
Voor zover wij weten, is Queensland (deelstaat van Australië) het eerste land om wettelijk voor te schrijven welke werktuigen verzamelaars van geo-objecten op het veld mogen gebruiken.
Zo mogen alleen handwerktuigen worden aangewend. Hieronder verstaat men houwelen, spaden, hamers, zeven, elektronische detectors en dergelijke. Mechanisch aangedreven werktuigen zijn daarbij in Queensland bij wet verboden (ANONIEM. 1995).
Literatuur:
- ANONIEM (1995). New Queensland Fossicking Legislation. The Fossil Collector 45, 22-28.
| |
Beschikbaar in pdf-formaat als gratis download. |